donderdag 11 februari 2016

Waarom zijn de Fransen zo ongelukkig?

In de Volkskrant van donderdag 11 februari 2016 een heel interessant stuk over de Franse samenleving. Iets wat je als Nederlander in Frankrijk aan den lijve ondervindt als je kinderen hebt die mee moeten in het Franse onderwijs. Mijn zoon Igor heeft zijn praktijkstage Edelsmit dit jaar in Nederland gedaan. Hij las mij voor wat zijn stagebegeleidster in Nederland had geschreven over hem: "...Igor toont eigen initiatief". Toen dacht ik: is dit nu positief of negatief in de ogen van zijn docenten? In zijn vorige stages kwam telkens weer als minpuntje: Igor spreekt tegen, Igor geeft ongevraagd zijn mening... Lees hier het stuk uit de Volkskrant. Gelukkig dat mijnheer Brulé veranderingen voorspelt, die kunnen wat mij betreft niet snel genoeg komen!


Sociologen spreken van de French unhappiness puzzle: waarom zijn Fransen minder gelukkig dan je op grond van hun welvaartsniveau zou mogen verwachten? Omdat hun vrijheid wordt ingeperkt door een hiërarchische samenleving, antwoordt de Fransman Gaël Brulé (32), die vandaag in Rotterdam promoveert bij 'geluksprofessor' Ruut Veenhoven op de studie Geography of Happiness. In het onderwijs domineert de strenge leraar, op de werkvloer wordt de autonomie ingeperkt door autoritaire bazen. 'Veel Fransen zeggen dat ze tamelijk weinig controle over hun leven hebben', zegt Brulé, ingenieur en partner van een bureau voor duurzame architectuur in Parijs.

Toch hebben Fransen niet minder keuzevrijheid dan inwoners van andere westerse landen. Ze mogen zelf hun studie, partner en loopbaan kiezen.

'Het verschil zit vooral in de psychologische vrijheid: heb je het lef en het zelfvertrouwen om je leven in eigen hand te nemen, om je eigen keuzes te maken, zelfs als je omgeving het er niet mee eens is?'
Gemiddeld is een Franse leerling per dag 40 seconden zelf aan het woord

Volgens u wordt die psychologische vrijheid niet aangeleerd in het onderwijs.


Gaël Brulé.
Gaël Brulé. © Jiri Büller/de Volkskrant


'Het kennisniveau in Frankrijk is heel hoog, dat merkte ik toen ik in andere landen studeerde of doceerde. Maar Franse leerlingen wordt niet aangemoedigd zelf initiatief te nemen. Toen ik een masterstudie in Zweden volgde, vroeg de professor al na twee minuten: wat vinden jullie er zelf van? We werden uitgedaagd om zelf vragen te stellen. Dat gebeurt in Frankrijk nauwelijks. In Frankrijk denkt een leraar: ik ben hier de vakman, ik maak de dienst uit in mijn eigen domein en heb ook het recht om op tamelijk brute wijze te communiceren.'

Inwoners van landen met 'participatief onderwijs' - waar leerlingen actief bij de les worden betrokken - blijken gelukkiger te zijn en meer psychologische vrijheid te ervaren dan mensen uit landen waar de leraar de dienst uitmaakt. Gemiddeld is een Franse leerling per dag 40 seconden zelf aan het woord. Bovendien hebben Franse leraren de reputatie dat ze foute antwoorden hardhandig kunnen afstraffen, bijvoorbeeld door te zeggen: 'Als je ergens geen verstand van hebt, kun je beter je mond houden.' Uit onderzoek van de OESO blijkt ook dat Franse leerlingen uit achterstandsmilieus zich minder vaak thuis voelen op school dan in andere landen.

In Nederland zijn veel mensen juist een beetje moe van al dat 'participatief onderwijs'. Menig ouder zou best willen dat de school in Franse richting zou opschuiven: kennis en discipline.

'Ik kom net terug uit Praag, waar het lycée français erg in de mode is. Het kind is er geen koning, er wordt gewoon gezegd: je moet dit of dat doen. Dat past bij een onzekere tijd, waarin mensen op zoek zijn naar houvast. Maar de vraag is: wat moet een kind leren in een moderne samenleving? Het Franse model is erg op kennis gericht, in andere landen spelen competenties een grote rol. Ik denk dat je beide vormen moet hebben. Het Franse onderwijs moet leerlingen meer vrijheid bieden. Dat zie je overigens al gebeuren.'

De autoritaire patronen op school worden op de werkvloer doorgezet. In Nederland geven werknemers gemiddeld een 7,3 voor de mogelijkheid zelf beslissingen te nemen op het werk, in Frankrijk een 6,3. Daarin staat Frankrijk niet op zichzelf. De bevindingen van Brulé gelden ook voor andere Latijnse landen als Spanje en Italië. Eeuwenoude culturele patronen spelen een rol. Van oudsher was het feodale, agrarische en katholieke Zuid-Europa hiërarchischer dan de protestantse handelssteden in het Noorden.

Denkt u dat de verschillen zullen afvlakken door de globalisering?

'Ja, dat verwacht ik wel. Nieuwe generaties hebben al heel andere waarden, minder autoritair en paternalistisch, dan hun ouders. Door de globalisering zal ook Frankrijk veranderen. Het zal een liberaler land worden, dat meer op de rest van de westerse wereld gaat lijken.'

Toch lijkt de Franse bevolking weinig voor liberalisering te voelen, getuige de opmars van het autoritaire, zeer paternalistische Front National.

Veel Fransen zeggen: we controleren ons bestaan niet zelf

'Er is geen volk zo bang voor globalisering als de Fransen, omdat de nationale staat ze altijd beschermd heeft. Ik ben niet gek op het liberalisme, ik ben voor herverdeling en een goed sociaal beleid.

'Maar veel Fransen zeggen: we controleren ons bestaan niet zelf. Er is altijd iemand anders die de teugels in handen heeft. Overal heb je paternalistische structuren die mensen een beetje van hun vrijheid berooft. Ook de Franse staat is heel paternalistisch. Door de globalisering wordt de staat minder machtig en worden burgers meer op hun eigen capaciteiten aangesproken. Daarom geloof ik dat de globalisering de Fransen uiteindelijk goed zal doen.'

2 opmerkingen:

  1. Globalisering doet alleen topmannen en aandeelhouders van multi nationals goed.
    Dat Fransen ongelukkig zijn, ja, als ze hun baan verliezen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik ben het eens met mijnheer Brulé dat de leerlingen in Frankrijk nul participeren in de les en dat je daardoor een onvrijer mens wordt en je dus minder gelukkig voelt. Ik ben vóór het Scandinavische model van onderwijs wat in Nederland ook veel meer gevolgt wordt en ik vermoed sterk dat daardoor kinderen zich gelukkiger voelen en dat dus in de toekomst volwassenen zich ook gelukkiger zullen voelen. Dat de landen elkaar beinvloeden kan dus ook positief uitpakken.

    BeantwoordenVerwijderen